Samenvatting van deel 1-6

In deze serie artikelen leer je, op basis van Taoïstische principes, veranderingspatronen observeren, analyseren en ingrepen doen (of laten) om de verandering of vernieuwing te laten ontwikkelen.  Zowel in je persoonlijk leven en relaties als in je werk. 

De twee vragen die door de serie centraal staan zijn:

  1. Analyse en diagnose: Wat heeft deze situatie nodig om te te ontwikkelen? 
  2. Interventies: In welke vorm ga je dat toevoegen? 

De polaire aard van onze werkelijkheid in zijn simpelste vorm.

In deel 1 leidde ik je in in de uitgangspunten van de Taoïstische benadering. Onze werkelijkheid is polair van aard. Dat wil zeggen dat je in elke situatie te maken hebt met krachtenvelden (energie) die tegelijk elkaars tegenpool zijn en elkaar nodig hebben zoals de plus- en minpool in het stopcontact, in- en uitademen, yang en yin. Als je de een overdrijft, roep je de ander op.

In deel 2 onderzochten we de omslagpunten in die polaire veranderingsdynamiek. Hoe kunnen we herkennen dat een krachtenveld aan het einde van de levenscyclus is en de tegenkrachten zullen ontwikkelen? Het eenvoudigste antwoord is dat je het voelt aan je theewater. Die geeft je het startsein om te gaan letten op afwijkingen van het normale en wat we verwachten (anomalieën). 

In deel 3 beschreef ik waarom beeldtaal de taal van verandering is. De meeste veranderingen laten zich niet goed omschrijven door abstracte woorden, maar kunnen korter en beter beschreven worden met spreekwoorden en gezegdes, verhalen (sprookjes, romans, films, toneelstukken, mythologie, religie, science fiction en fantasy) en metaforen. 

In deel 4 ging ik dieper in op oerbeelden van veranderingsdynamiek. In detail is elke verandering net zo uniek als ons DNA. Maar als je een beetje uitzoomt zijn er wel overeenkomsten in het soort veranderingen. Ik ging iets dieper in op de twee oer-metaforen van verandering, yin en yang, en hoe je een situatie door die bril kunt bekijken. Waar is teveel van? Wat kun je doen om de tegenpool toe te voegen?

In deel 5 splitste ik yang in twee meer precieze oerbeelden: lucht en vuur. En yin in twee andere: water en aarde. Als je vanuit dat perspectief naar een situatie kijkt heb je een basisinstrument om te analyseren wat er nodig is om uit impasses te komen, conflicten en stagnaties op te lossen. Is er teveel lucht, vuur, water of aarde? Wat kun je toevoegen om de energie weer op gang te krijgen?

Met deel 6 begon ik een serie van vier artikelen over hoe je het ontbrekende element toevoegt en de eerste ging over lucht interventies. Ik introduceerde de Trickster als hulpbeeld. 

Deel 7 – De Tovenaar: Vuur interventies

Basisstappen

Ik herhaal bij elk van deze vier artikelen over interventies de basisstappen. 

Wees je bewust dat we vaak onbewust de goede ingrepen doen, omdat we aanvoelen wat ontbreekt en dat instinctief toevoegen. We eten wanneer we honger hebben, denken even na als we aanvoelen dat dingen te snel gaan of we houden onze mond als we voelen dat een ander zijn/haar ei eerst kwijt moet. Maar soms zijn situaties complex of conflictueus en hebben we instrumenten nodig om te doorzien wat nodig is om een volgende stap te nemen.

Op weg naar resultaat.

In delen 1-5 leerde je een diagnose te stellen en de vraag ‘wat heeft deze situatie nodig om te ontwikkelen?’ beantwoorden. Deel 6-9 gaan over hoe je respectievelijk lucht, vuur, water en aarde kunt toevoegen. De algemene lijn bij het doen van die ingrepen is:

  1. Merk de onbalans in energie op en analyseer welk element onderbelicht is (zie vorige hoofdstukken).
  2. Analyseer wat het dominante element is.
  3. Bedenk manieren om het ontbrekende element toe te voegen.
  4. Ontwerp een vorm van interveniëren die aansluit bij het dominante element.

Wat is er aan de hand?

Voorbeeld

Dus stel dat je constateert dat het heel gezellig is, mensen veel praten over waar ze doorheen gaan, invoelend luisteren naar elkaar en eindeloos hun zielenroerselen delen met elkaar, dan kan het zijn dat water dominant is. Als je merkt dat het een beetje teveel navelstaren wordt en je in kringetjes blijft ronddraaien, vertraagt dat onnodig de voortgang. 

Je test in je hoofd uit of het zou helpen om lucht, vuur of aarde toe te voegen. Hoe zou het zijn als je de handen uit de mouwen steekt en praktisch aan het werk gaat en bij voorkeur door iets fysieks te doen (aarde)? Wat zou er gebeuren als je de groep zelf zou laten reflecteren op hoe de dingen lopen en ze ideeën zou laten ontwikkelen voor de volgende stap (lucht)? Of stel dat je ze confronteert met je observaties, een paar alternatieve manieren beschrijft over vervolgstappen en ze daaruit laat kiezen (vuur)?

Als je besloten hebt welke richting het meest zal bijdragen volgt een creatief proces over in welke vorm je die ingreep doet. Daarbij sluit je bij de introductie van je inbreng aan op het dominante element. Dus je brengt je lucht, aarde of vuur interventie op een water-achtige manier. Met empathie, gevoel voor sfeer en met verbindende taal. Er zijn heel veel manieren waarop je vervolgens de ingreep qua gedrag, materialen, taal en dergelijke kunt vormgeven.

Stap 1 Wat ontbreekt er?

Ik herhaal de alinea uit het vorige artikel. 

“Je gevoel vertelt je wanneer er onbalans is. In Star Wars hebben ze het over ‘a disturbance in the Force’. In het Marvel universum heeft Spider-Man het over zijn Spidey-sense. Ik noemde ze al in het eerste artikel en vergeleek het met ‘je voelt het aan je  theewater’. Je merkt dat bijvoorbeeld aan energieverlies, een wee gevoel in je buik, regelmatige irritaties, opstapeling van misverstanden en foutjes.”

 In dit geval merk je dat er een tekort aan vuur is. Te weinig vuur betekent een gebrek aan focus, te weinig onderscheid tussen de onderwerpen waar je over praat, verschillende niveaus van praten die door elkaar lopen bijvoorbeeld abstract en concreet, emotie en ideeën, inhoud en proces en er worden niet echt beslissingen genomen.  

Stap 2: Wat is  het dominante element?

Als er een tekort aan vuur is domineren een, of meer, andere elementen. Het is nodig om te analyseren welke dat is/zijn omdat je daarbij wilt aansluiten als je vuur toevoegt. Als je vuur op een vuur-manier toevoegt is het mogelijk dat de noodzaak direct herkend wordt. Maar het kan ook zijn dat de groep zo verliefd is op het dominante element dat er  weerstand is tegen wat nodig is. Het is altijd handig om aan te sluiten bij de sfeer en toon waarin de groep communiceert. 

Een goede manier om te analyseren welk element domineert, is om de situatie in een beeldspraak uit te drukken zoals ik Deel 3 beschreef. Begin bij wat je voelt over deze situatie. Vergelijk het dan met met een situatie die datzelfde gevoel oproept. Als je bijvoorbeeld het gevoel krijgt van eindeloos geklets kun je denken aan een kakelende massa die niet meer naar elkaar luistert. 

In Deel 5 kun je zoeken naar karakteristieken van de vier elementen die daarmee te maken hebben. In dit geval zul je snel op lucht terecht komen en constateren dat er daar teveel van is. Veel teveel informatie en ideeën. Maar geen keuze (vuur), geen echt contact met elkaar (water), laat staan structuur en het plannen en uitvoeren van acties (aarde).

Stap 3: De Sorcerer (Tovenaar) – het lucht element in actie

In deze situatie constateer je een tekort aan vuur en dat ga je toevoegen. Wat zijn typische vuur-interventies? De vuistregel voor elke interventie is: word het element dat je wilt toevoegen. Geef je gedrag, taal, toon, hulpmiddelen een vorm die vuur oproept. 

Lees het vuur-deel in Deel 5 na om daar weer beeld en gevoel bij krijgen. Dat is ook het gevoel waar je op uit bent in de groep. 

Roep de beelden en eigenschappen die daar staan beschreven op in je hoofd. Ze ‘besmetten’ je gedrag, taal, toon en wat je gebruikt aan hulpmiddelen. En die zijn op hun beurt weer besmettelijk voor de groep.

Het vuur element is geassocieerd wordt vertegenwoordigd door de een van de vier rollen van de magiër: de Sorcerer of Tovenaar. Bij dat archetype kun je denken aan de scène van Gandalf en de Balrog in The Lord of the Rings: You shall not pass!!!

 

Je kunt een voorbeelden verzamelen van typisch vuur-gedrag en vuur-denkwijzen. Je kunt naar karakters in films kijken zoals het personage dat Liam Neeson in Taken speelt bijvoorbeeld. Sportmensen hebben als ze met hun sport bezig zijn een flinke portie vuur en je hebt er vast een paar die je bewondert. Charismatische leiders zoals Barack Obama, Nelson Mandela en, schrik niet, ook Donald Trump bezitten veel vuur. 

Ik geef direct toe dat het bij Trump volstrekt eenzijdig is en de andere elementen bijna helemaal ontbreken. Zijn ideeën beperken zich en hij heeft nauwelijks of geen oog voor het grotere geheel en geen reflectief vermogen (lucht), empathie ontbreekt (water) en oog voor de pragmatische consequenties (aarde) is gebrekkig. Maar het is wel een voorbeeld van vuur.

Het toevoegen van het vuur-element betekent helderheid scheppen, een scherpe focus creëren door onderwerpen tot hun essentie terug te brengen en te prioriteren, bij tegenstellingen het conflict aangaan, gut-feeling impulsen volgen. Je kunt bijvoorbeeld aan de volgende soorten ingrepen denken:

  • Maak een lijst van alle aspecten van het onderwerp dat besproken wordt. Wat dat zijn is afhankelijk van het onderwerp, bijvoorbeeld  to-do dingen in een plan, argumenten voor en tegen een besluit, onderdelen van een visie e.d.). Gebruik een 1-5 sterren systeem om afwegingen te maken.
  • Visualiseer een plan in een stroom diagram
  • Breng redenaties terug tot de essentie door deelnemers te vragen hun idee in 1 of 2 zinnen samen te vatten
  • Zoek het conflict op bij tegenstellingen door een kort debat of Lagerhuis-achtige opzet te laten uitspelen
  • Breng plussen en minnen van een besluit in kaart (links en rechts in een T-model)
  • Geef de opdracht om dilemma’s in een metafoor uit te drukken: aan welke andere situatie doet dit dilemma denken 

Stap 4: een vorm vinden om de interventie te doen

Als je een interventie of werkvorm hebt gevonden die je bevalt gebruik je je kennis uit stap 2 om een manier te vinden die te introduceren. Het gaat daarbij niet zozeer om de inhoud van de interventie als wel om de stijl. Ik herhaal de karakteristieken uit Deel 5 om je op gang te helpen. 

Steekwoorden voor lucht: (soepel) denken, verbeelding, eindeloos veel mogelijkheden en perspectieven, snelheid, associatief vermogen, beschouwen, analyseren, behoefte aan afwisseling, eerst denken dan doen.

Als lucht dominant is dan kun je je vuur-interventie introduceren in die stijl. Bijvoorbeeld door een aantal alternatieven te introduceren uit het lijstje hierboven. Ze kunnen dan lekker doorgaan met brainstormen over dat ze gaan stoppen met brainstormen en keuzes gaan maken. Je kunt dat introduceren met de opdracht om een soort mindmap van alles wat besproken is te laten maken. Dan ervaren ze hun eigen chaos en roept dat het verlangen naar overzicht en vereenvoudiging op.

Steekwoorden voor water: gevoel, verbinding, zacht, vloeibaar en flexibel, voegen naar de situatie, diep contact met anderen, invoelend vermogen. 

De vuur-interventies zullen gebracht moeten worden in de vorm van empatisch herhalen wat je gehoord hebt en dat je voorstel daarop aansluit, oogcontact maken met anderen, meebuigen met de sfeer. Je kunt ze vragen om via hun gevoel te kiezen en prioriteiten te stellen.

Steekwoorden voor aarde: doen, pragmatisme, nuchterheid, realisme, tastbare zaken, zelfdiscipline, ordening en structuur, volharding, het tastbare.

De vuur-interventies kunnen in dat geval met een opsomming van feiten beginnen. Of met het tekenen van een tijdlijn met de vraag welke stap nu gezet moet worden. Of je vraagt ze om op basis van wat ze besproken hebben een uitputtende to-do lijst te maken. En via een 1-5 sterren scoringssysteem prioriteiten aan te geven. Je kunt ze een eerste opzet van een projectplan in de vorm van een Gantt chart laten maken. Dan lopen ze vanzelf aan tegen noodzakelijke keuze.

George Parker

Spreker/Shows-Creatief Producent Verandering-Workshops
george@georgeparker.nl
06 5110 8415